Naar huis

Ofwel armoedzaaiersplezier


Regelmatig ga ik naar universiteitscentrum de Uithof om college te lopen, proefopstellingen te laten exploderen, tentamens te doen of mijn tijd te verdoen met andere aktiviteiten die nog van mij verlangd worden voor ik drs. voor mijn naam mag zetten. In deze bezigheden heb ik niet altijd evenveel zin en de Uithof is ook niet de mooiste plaats op aarde. Voor het beton van deze universitaire wijk is heel wat zand, grind en mergel afgegraven in landschappelijk waardevolle gebieden. Waarbij zowel het afgegraven gebied als de Uithof in een woestenij veranderd werd.Het is zelfs zo erg met deze imitatie Bijlmer dat Rem Koolhaas de Uithof mooi vind. Voor diegenen die Rem niet kennen: Koolhaas is een architect die poetische en kunstzinnige verhandelingen over zijn werk houdt en vervolgens een vierkante betonnen doos neerzet waarvan iedereen een sick Building syndroom krijgt voor men ook maar binnen is. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat ik altijd met plezier naar huis fiets.
Maar het verlaten van de Uithof is niet de belangrijkste reden van dat plezier, belangrijker is de weg naar huis. Het begint al met de eerste weg buiten de Uithof deze heet "Weg tot de wetenschap". Een redelijk leuk grapje als je naar de Uithof toegaat. Maar als je van de Uithof af komt zou de weg "Weg vanaf de wetenschap" moeten heten. Dat de naam dus maar in de helft van de gevallen klopt, maakt het pas echt leuk.  Halverwege de "Weg tot de wetenschap" maak ik mij meestal los van de stroom fietsers, die ook de Uithof achter zich hebben gelaten, om een stukje af te snijden. Mijn route is eigenlijk niet korter dan het recht toe recht aan alternatief, maar voor mij wel een stuk leuker. De gemeente heeft gelukkig bij haar stratenplan geen rekening met mijn eigenwijze routeplanning gehouden, waardoor ik een grasveld moet oversteken.

Bij nat weer is dit een waar genoegen. Ik heb samen met wat andere fietsers een paadje in het gras gesleten. Op het laatste stukje is de grond zelfs helemaal losgewoeld. Ik fiets daar dan zo hard mogelijk op af, til mijn benen op en hoop dan zonder af te moeten stappen door de modder op het droge te komen. Tijdens die twee drie seconden dat ik door de modder rij voel ik mij even een stoere ruige vent, vergelijk­baar met de kerels die in het kader van de verkoop van rookwaren met jeeps de laatste restjes oerwoud op deze planeet verneuken. Alleen kan ik het met schone longen en een even schoon milieugeweten doen.

De grote oversteek heeft mij dan in een bungalowwijk gebracht. Ooit, waarschijnlijk in de jaren zeventig, heeft een architect of planoloog bedacht dat het misschien wel leuk en artistiek verantwoord zou zijn om een wijk voor de bovenmodale inkomens te bouwen met lage huizen. De gebouwde huizen hebben dus allemaal alleen een begane grond en een plat dak. Ik rijdt altijd vol leedvermaak door deze wijk heen. Want met al hun geld en twee auto's voor de deur, moeten deze sukkels wonen in iets wat er uitziet als een bovenmaatse schuur. Blijk­baar hebben de bewoners van dit planologisch falen ook wel door dat hun huizen niet echt heel mooi zijn, want zij hebben gepro­beerd toch nog iets van status van hun woning af te laten stralen. Zo heeft het eerste huis dat ik na het grasveldje passeer uitbundig siersmeedwerk voor de ramen dat suggereert dat daar heel wat te stelen valt. Een ander huis heeft een prachtige glazen overkapping voor de auto zodat die niet in het donker staat. Maar het "mooiste" is het huis waar een "klasieke" ingang voor is geplakt. Dat wil zeggen dat aanweerszijden van de deur een witte neonepgriekse pilaar staat. Samen ondersteunen die een witte driehoek. Het effect hiervan is dat het schuurzijn van de woning niet wordt verdoezeld, maar juist extra wordt benadrukt. Ik fiets bijna iedere keer inwendig schaterend deze wijk uit.

Door naar de laatste attractie  van mijn fietstocht: het Rietveld Schreuder huis. Dat huis zelf is niet zo bijster interessant, van buiten is het vooral erg vierkant. Maar vaak staat er een bus die net zijn lading toeristen uitspuugt. Daar zit echt van alles tussen. Stereotypen als Amerikanen met dikke buiken in Hawaii overhemden, Japanners in pak met bril en drie fototoestellen om hun nek blijken echt te bestaan, net als elke mogelijke ontkrachting van die stereotypes. Het lijkt wel televisie. De rest van de weg naar huis is niet zo boeiend, maar tijd die kom ik wel door met napret en door na te denken wat ik die avond eens zal eten.

Jethro



Terug naar HUNK verhalenindex
Als je links geen HUNK inhoudsopgave ziet klik dan hier