Dag 182

Vlakbij B. zaten twee, wat oudere, sjieke dames. In de verte zagen ze enkele windmolens op de dijk staan. De ene dame zei:"Ze staan natuurlijk aan de kust omdat het hier altijd waait".
B. vond dit de meest zinloze opmerking die hij ooit gehoord had. Het zinloze van woorden en zinnen, van het hele bestaan deden zijn gehele gewicht in zijn schoenen glijden en hij zakte bijna door de vloer van de bus van ellende. Deze zin was hier, aan de kust bij deze windmolens waarschijnlijk al miljoenen malen gezegd en dat vervulde B. met afgrijzen. Het was het cliché der clichés.

Zelfs B. zelf zou zich waarschijnlijk bezondigen aan het uitspreken van zin van lucht, zonder diepgang, zonder emotie, zonder waarde, zonder relevantie, wanneeer hij naast de molens zou staan met een goede bekende. Wanneer iemand ander het tegen B. zou zeggen zou hij zwijgend zijn desinteresse voor deze zaak illustreren en peinzend naar de horizon kijken, alsof hij wilde zeggen: "Mijn goede vriend, molens zijn de gewoonste zaak van de wereld, ze zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het unieke funcitoneren van de aarde. Elk woord besteed aan hen is er één teveel"

De dame die de zin had uitgesproken voelde de afkeurende blik van B. in haar hoofd priemen en keek hem kort, angstig, en schuldbewust aan. Maar tegerlijkertijd lag er in haar blik een verontschuldiging (letterlijk: zij probeerde haar schuld te ontkennen, teniet te doen, weer ongedaan te maken), waarmee ze tegen B. zei:"Ik weet dat het een onvolwassen opmerking lijkt, maar ik wilde toch wat zeggen tegen mijn buurvrouw, een gesprek op gang brengen en ik mag zo graag de wijsneus spelen en intelligent lijken".


Harry Dolan



Terug naar HUNK verhalenindex
Als je links geen HUNK inhoudsopgave ziet klik dan hier