Ooit op een plaats en tijd niet ver van het hier en nu leefde er eens een
rijk man. Hij was niet zijn hele leven rijk geweest. Maar hij had zijn kapitaal
in de loop van zijn leven door hard werken en slimheid verzameld. Hij had
zelfs zoveel geld verzameld dat hij op een dag besefte dat hij meer geld
had dan hij in de rest van zijn leven kon uitgeven. In tegenstelling tot
vele andere rijkaards voor wie het verzamelen van geld een eerste levensbehoefte
is, besefte hij dat hij genoeg had en besloot hij te stoppen met het geld
verdienen en een andere levensvulling te zoeken. Maar wat?
Zijn verzamelwoede had hij ruimschoots uitgeleefd bij het verzamelen
van zijn kapitaal, dus de filatelie viel af. Eigenlijk, zo bemerkte de rijke
man, had hij na jaren van wroeten in het slijk der aarde behoefte aan iets
hogers, iets geestelijks. Hij wilde een wijs man worden! Onmiddellijk (een
zakenman laat nergens gras over groeien, behalve dan over zijn voortuin)
schreef hij zich in op de universiteit bij de faculteit filosofie.
De professoren waren vriendelijk, de studenten aardig, de stof interessant,
maar academisch en abstract en na een maandje kapte de rijke man met de
studie. Maar de rijke man was niet rijk geworden door bij de pakken die
hij verhandelde neer te zitten. Hij liep cursusinstituten scholen, kerken
en boekhandels af. Maar nog kon hij geen wijsheid vinden.
"Zou er geen wijsheid zijn " vroeg de rijke man zich af. Of is de wijsheid
op een andere plek als ik haar zoek? Misschien is er geen wijsheid in boeken
of instituten, maar alleen in mensen. Volgens mijn vader was mijn opa een
wijs mens, maarja allebei zijn ze dood. Misschien moet ik een wijs mens zien
te vinden.
Zo begon zijn tweede zoektocht. Hij vroeg bij al zijn vrienden wie
zij een wijs mens vonden, de een zei de paus de ander de premier nog een
ander slijmde en noemde de rijke man een wijs man. Hier schoot hij weinig
mee op. Dus besloot hij tijdens een mijmerende wandeling door zijn tuin
het eens aan zijn tuinman te vragen. Die zei: 'vleuk beu mien dorp deur weunt
un keuterboerke, die us zeu wais dat ierdereun um de grontegoeroe nomt.'
Hier besloot de rijke man naar toe te gaan.
De rijke man liet zich naar het kleine dorpje vervoeren. Hij informeerde
naar het keuterboertje. En hij kreeg te hoeren dat hij een wijs man was.
Hij vroeg of de wijze boer zijn wijsheid overdroeg. En hij kreeg te horen
dat de groentegoeroe cursussen gaf. Hij vroeg waar hij de groentegoeroe kon
vinden en hij kreeg te horen dat hij een modderig paadje te voet moest volgen
tot hij de boerderij van het keuterboertje vond. En dat deed hij.
Bij de boerderij gekomen werkte er een man op een akkertje. De rijke
man vroeg:'bent u de groentegoeroe' 'Zo noemt men mij', sprak de boer. 'Ik
wil graag wijsheid verwerven', zei de rijke man : 'kunt u mij die geven?'
'Ik kan je wat ik als wijsheid zie aanbieden, of je die verwerft ligt aan
jou. Dat kost je per week.....' En hij noemde een flink bedrag. Maar de
rijke man was rijk en verwachtte voor dat bedrag kwaliteit en stemde in.
Hij werd van een slaapplaats voorzien. en sliep verwachtingsvol in. Zijn
dromen vol van beelden van yoga oefeningen in de natuur en diepzinnige gesprekken
bij het openhaardvuur.
Die ochtend of beter gezegd die nacht werd hij vroeg gewekt. Hij ontbeet
met de boer een simpel ontbijt en werd toen tot zijn verbijstering aan het
werk gezet op het land. Met weinig woorden werd hem verteld wat en hoe hij
de dingen moest doen. Samen met de groentegoeroe en een leerling uit het
dorp, die elke avond naar huis terugkeerde werkte hij zo dagen achtereen
in de tuin: water geven, schoffelen, spitten , harken, zaaien en weer water
geven. Dit alles binnen een regelmatig ritme bepaald door het licht en donker
van de zon. Eten werken eten werken eten werken en slapen. Gedurende al die
tijd werd er alleen bondig gesproken over het werken in de tuin.
De rijke man was al sinds jaren lichamelijk werk ontwend. En de hernieuwde
kennismaking beviel niet. 's Avonds was zijn lichaam pijnlijk en vermoeid
als hij het neerlegde op de strobaal die de wijze boer hem ter beschikking
had gesteld. Bovendien kwam er niet meer wijsheid uit de "wijze boer" dan
uit een gemiddeld agrarisch handboek. Kortom de rijke man begon zich behoorlijk
te ergeren aan de hele situatie. Maarja hij had nou eenmaal een flinke duit
neergelegd en hield maar vol in de hoop alsnog waar voor zijn geld te krijgen.
Zo ging een week voorbij.
Terwijl de rijke man stond te spitten zag hij de groente goeroe stond
te praten met de andere leerling. Een uitzonderlijke situatie! Daar moest
de rijke man het zijne van weten en hij leunde even op zijn spa om het gebeuren
goed te kunnen volgen. Hij zag hoe de boer geld overhandigde aan de "andere
leerling" en ving iets op over weekloon. Die ander was gewoon een betaalde
kracht en hij werkte zich de blaren op zijn gemanicuurde handen en betaalde
nog een flinke smak geld ook. Hij werd ordinair opgelicht!
Toen de arbeider vertrokken was stapte hij op de slimme boer af en vroeg
met een met sarcasme doortrokken stem:
"Oh meester kunt u me in uw wijsheid vertellen waarom mijn collega betaald
krijgt voor zijn werk en waarom ik die hetzelfde werk doe hiervoor moet
betalen?" De groente goeroe antwoordde:
" Denk je dat een eenvoudige boerenzoon hier zou komen als hij er niet
betaald voor kreeg?"
- "Nee"
"Zou jij hier zijn als je geen cursusgeld had betaald?"
"Nee"
De rijke man besloot maar een tijdje te blijven.
Jethro juni 1993