De groter wordende kabouter

Deel 4: Ixie

Jaap borg bevend de voldoende verzegelde envelop voorzien van de tekst "alleen voor noodgevallen"op in zijn, ten op zichte van zijn eigen formaat steeds kleiner wordende, knapzak, waarin nu genoeg plek was aangezien hij zijn, door zijn zich steeds kleiner voelenende moeder meegegeven, kaboterhammen al tijdens zijn tocht naar de dassenburcht van het alternatief wit onwijs kabouterkruidenvrouwtje ontzettend opgepeuzeld had tot ze op waren. Hij keek nog één keer kwijnend om en zette toen , nog nagloeiend van de slangeknuffel, er een passend parmantige pas en neuriede nijverige het  het leuke liedje dat grappig gaat van:

"
In een blauwgeruite kabouterkiel

werkte hij met hart en ziel

tot hij haar zag in het bos

en gingen spontaan zijn knopen los

maar gelukkkig zag hij het licht

en deed heel snel zijn knopen weer dicht   " [7]

in de hongerige hoop dat hij het krachtige kruid dat grote groie omzet in krachtige krimp toevallig tegenkomen zou.
    Hij had net nauwelijks een heel half uurthe gewandeld toen een frappant fladderend elfje voor zijn vreselijk verbaasd groter worden gezicht nauwkeurig neerstortte.
"Hé jij handzame kabowter, ik is Ixie het Pixie al de weg van het klaverend eiland over de zee en ik denk dat jij bent een gorgeuse stuk appeltaart, en ik wil jou te zijn mijn baby!" Jaap zweeg zwierig zwijgend, niet bijster begrijpend wat Ixie het Pixie vrolijk verkondigde.
Ixie het Pixie begon lekker langzaam te vermoeden dat Jaap haar niet begreep [8].  Haar broeierig benevelde brein zag maar één uiterste uitweg om tot de voor haar noodzakelijke prachtige paring te komen en besloot tot aanvallende actie over te gaan., in de trotse traditie van haar leuke land dat vrouwelijke Pixies altijd het inspirerende iniatief nemen tot De Daverende Daad [9].  In een enkele rake ruk trok ze haar jolige jurkje uit en liet de verbazingwekkend verbaasde Jaap haar lenige lichaampje zien.in de vermoedelijke verwachting dat deze handzame kabowter haar meteen zou willen nemen.
    Alhoewel Jaap, als groter wordende kabouter, er gewoon gewend aan was groter te groeien moest hij toch schrikbarend schrikken van de grote groei die zijn lastige lichaamplotseling plaatselijk vertoonde. In zijn achteloze achterhoofd klonk klinkend "in een blauwgeruite kabouterkiel" terwijl de knopen knappend van zijn broek sprongen en zijn lage lusten zijn verantwoordelijke verstaand vaag, maar vreselijk verduisterden. Enige ijverige uren later kwamen Jaap en Ixie krakend en kreunend klaar in boze brandnetelbosjes, waar zij in hun onstuimige omhelzing waren beland.
    Bijzonder bevredigd, maar ook met schurend schuldgevoel, kwam Ixie frappant flapperend fladderende uit de boze brandnetelbosjes gevlogen. In een melig melancolieke stemming vloog ze vlerkerig terug naar het Klaverend Eiland over de zwarte zwijgzame zee. Ze had alles waar ze voor gekomen was, en zelfs meer dan dat [10].
    Jaap kon Ixie het Pixie nog net als een klein stipje in de lauwe lucht zien toen hij eindelijk openlijk opstond. Hij voelde zich wazig en verward, boos , boos, blij, balend en verbaad. Boos dat Ixie hem zomaar gebruikt had, boos dat zijn ontmaagding toch nog in de boze brandnetelbosjes had plaatsgevonden [5], blij dat hij nu een kranige kabouterkerel was geworden, balend dat Ixie weg was en dat ze het niet nog een keer konden doen, verbaasd dat Ixie hem had uitverkoren.[11]. Schitterend snel kwam Jaap tot het schitterend inzicht: hij had intussen de proporties van een dwerg bereikt! Hij moest maar snel het krachtige kruid vinden dat grote groei omzet in krachtige krimp, wild ehij ooit nog in zijn geboorteheksenkring kunnen terugkeren. Of wilde hij dat eigenaardig eigenlijk niet meer?
    Jaap wilde zijn kleine kleren weer aantrekken, maar ze waren vreselijk veel te klein geworden. Interessant improviserend wist hij er net een nauwelijks sluitens slipje van te maken, zodat hij zonder door zijn conservatieve achtergrond veroorzaakte schuldige schaamgevoelens verder kon lopen. Terwijl hij de éne vuile voet voor de ander zette begon hij weer "In een blauwgeruite kabouterkiel"te zingen. Allen dit keer heel zachtjes, belachelijk bang als hij was nog een Pixie aan te trekken. [12]


Jethro en Pim

[vorige jaap] [naar boven] volgende



Als je links geen HUNK inhoudsopgave ziet klik dan hier 

Terug naar inhoudsopgave groter wordende kabouter