Het bericht over de ziekte van de groter wordende kabouter verspreidde zich al snel door de heksenkring, en men begon hem te mijden. Zo werd hij niet meer op paddestoelparties uitgenodigd omdat hij teveel plaats innam en teveel at en dronk. Op school zakte hij door zijn kabouterschoolbankje heen en botste hij telkens weer tegen het plafond, zijn kleren pasten hem niet meer en het werd steeds moeilijker voor de kabouterfamilie die onderwerp van dit verhaal is om de grassprietjes aan elkaar vast te knopen, met zo'n groter wordende en al meer etende en drinkende zoon. Bovendien dreigde hij uit hun champignon te groeien. Op een avond opende de niet zo spraakzame vader zijn mond voor de derde keer sinds alles begonnen was en zei hij: "Jij moet weg!" De zich steeds kleiner voelende moeder en haar groter wordende zoon wisten wat hij hiermee bedoelde: voor een eenvoudige tuinkabouter als hem, die de kost moest verdienen met een klein hoveniersbedrijfje, was dit eenvoudig niet meer op te brengen. Zeker een groter huis niet, want ze stonden al flink rood op hun elfenbankjesrekening.
Maar de zich steeds kleiner voelende moeder kon hem toch niet zomaar laten
gaan. Huilende smeekte ze haar niet zo spraakzame man om hun groter wordende
zoon te laten blijven maar er kwam geen woord meer over zijn ongeoefende
en dus weinig gespierde lippen. Met veel moeite kroop de groter wordende
zoon het steeds kleiner lijkende deurtje van de champignon uit om dan maar
het Zeer Nabije Sprookjesbos in te trekken, en de heksenkring waar hij geboren,
getogen, naar school gegaan en groter geworden was te verlaten.
Hij wist niet goed waar hij heen moest gaan in het Zeer Nabije Sprookjesbos
dus drentelde hij verdrietig en weinig enthousiast het, de heksenkring verlatende,
hoofdkabouterpaadje af. Vanwege zijn gebrek aan enthousiasme om zijn, ondanks
alles toch dierbare, geboorteheksenkring te verlaten kon zijn zich steeds
kleiner voelende moeder hem nog inhalen voordat hij het Zeer Nabije Sprookjesbos
had bereikt. Haar bezorgde moederhart had haar ingegeven hem nog drie zeer
nuttige dingen mee te geven, voordat zij voorgoed van elkaar gescheiden
zouden worden: Een warm en groot dekentje voor de koude nachten van het
Zeer Nabije Sprookjesbos, een zeer groot pakje kaboterhammen met eikeltjespasta
en, het belangrijkst van allemaal, een zeer goede raad.
"Een alternatieve en kabouterosofische kabouterkennis heeft me eens verteld dat ergens op een plek niet al te ver weg in zuidnoordelijke richting in een oude dassenburcht een alternatief wit onwijs kabouterkruidenvrouwtje woont. Ze zeggen dat ze allerlei ziekten kan genezen. Dus je weet maar nooit, misschien ook jouw alsmaar groter worden! Je moet wel oppassen hoor, het is een heel vreemd kaboutervrouwtje: het schijnt dat ze niet alleen kabouters maar ook dieren geneest. Er gaan zelfs geruchten dat ze ooit eens een trol heeft geholpen!", vertrouwde de zich steeds kleiner voelende moeder de groter wordende kabouter toe.
Na een roerend afscheid waarbij de bosgrond heftig bevochtigd werd met zout kabouterwater ging de groter wordende kabouter toch maar eens op zoek naar de dassenburcht waarin het alternatief wit onwijs kabouterkruidenvrouwtje woonde. Na een flinke wandeling van een dagje of twee besloot de groter wordende kabouter toch maar eens aan het een of andere toevallig passerende dier te vragen waar de dassenburcht van het alternatief wit onwijs kruidenkaboutervrouwtje.
Het eerste toevallig passerende dier dat de groter wordende kabouter tegenkwam was een oude eekhoorn die toevallig uit een holletje vlak naast hem kwam gekropen en een gewonde poot had die ingesmeerd leek te zijn met een kabouterkruidenpapje.
"Beste oude eekhoorn, nu u net uit de grond komt gekropen met een gewonde poot die volgens mij ingesmeerd is met een kabouterkruidenpapje, weet u misschien toevallig per ongeluk waar ik de dassenburcht kan vinden waarin het alternatief wit onwijs kabouter- kruidenvrouwtje gevestigd is?", vroeg de groter wordende kabouter aan de oude eekhoorn die toevallig uit een holletje naast hem kwam gekropen en een gewonde poot had die ingesmeerd leek te zijn met een -trouwens zeer onwelriekend kabouterkruidenpapje."Jazeker", antwoorde de oude eekhoorn, "Zoals je aan mijn gewonde poot die ingesmeerd is met een enigszins onwelriekend kabouterkruidenpapje kunt zien, ben ik bij haar, tot mijn grote tevredenheid, onder behandeling. Sterker nog ik kom er zojuist vandaan."
"Maar waar is het dan?", vroeg de groter wordende kabouter dreinend. "Onder je groter wordende voeten, die je overigens wel eens mag laten ontdoen van die grote hoeveelheid voetpuistjes. Wat denk je anders dat een oude eekhoorn als ik onder de grond te zoeken heeft? Het alternatief wit onwijs kabouterkruidenvrouwtje woont in de dassenburcht waarvan het holletje waaruit ik zojuist toevallig naar buiten kroop een van de vele toegangen vormt. Maar deze ingang is te klein voor jou, je kunt beter die van een boom verderop nemen. Je bent trouwens wel erg groot voor een kabouter."
Na enig dankzeggen van de kant van de groter wordende kabouter ging hij
een boom verderop de dassenburcht van het alternatieve witte onwijze kruidenvrouwtje
binnen. Hij betrad een ruim en gezellig dassenhol waar allerlei dieren en
sprookjesfiguren gezellig met elkaar zaten te kletsen boven hun eikedopjes
kabouterkruidenthee, zittend op zacht en lieflijk groen mos. "Sorry, maar
is dit niet de medische praktijk van het alternatief wit onwijs kabouterkruidenvrouw-
tje?", vroeg hij zenuwachtig aan een vrolijk elfje met een gewonde vleugel.
"Doe niet zo gek joh, kom er gezellig bij zitten, neem thee en klets mee,
je ziet haar wel komen!" sprak het elfje. "Ja maar, duurt het lang, moet
ik lang wachten?", vroeg de groter wordende kabouter. "Ach, wat is lang,
ze komt zelf wel even bij je langs hoor!", sprak het elfje weer.
Niet begrijpend ging de groter wordende kabouter zitten en nam thee; tegen
de tijd dat hij aan zijn twaalfde kopje toe was, kwam er een wat alternatief
uitziend witharig kaboutervrouwtje op hem aflopen, en zei: "Zo, pubertje,
jij komt zeker voor je voetpuistjes he?!". "Nou nee, eigenlijk niet, mevrouw
de alternatieve witte onwijze kabouterkruidenvrouw, het zit zo: ik groei
steeds maar door en kan er niet mee ophouden, ook al wil ik nog zo graag.",
sprak de groter wordende kabouter. "Doe niet zo formeel mal pubertje", zei
het alternatief wit onwijs kabouter vrouwtje, "noem me maar Kruitje dat doet
iedereen. Maar vertel eens waarom wil je niet groter worden? Als ik jou was
zou ik me meer zorgen maken over mijn voetpuisten."