Dagboek

5 juli 1992: Op weg

Ik reis door een wereld waar ik geen deel van uit maak. Ik zie koeien voorbijflitsen, maar ik kan ze niet aanraken. Ik zie mensen, ik kan naar ze zwaaien, maar ik kan niet met ze praten. Is er een feest in een dorp dat ik doorkruis, dan kan ik niet meefeesten, maar me alleen verheugen over hun plezier. Als er een kind in het water ligt, kan ik het niet redden. Ik kan alleen vanuit een ooghoek zien hoe het al spartelend verdrinkt.
    Want ik ben in een andere wereld. Een wereld die alleen fysiek met de wereld daarbuiten verbonden is. Pas als die fysika, door een draadbreuk of ander mechanisch ongemak, me dwingt zal ik mijn wereld van rechte rode lijnen op de kaart van een rechthoekig en geel Nederland verlaten. En ik zal dan zien wie er wonen in de zwarte dwarsstreepjes op de rode lijnen op de gele kaart. En ik zal het grind en de bielzen onder mijn voeten voelen die mijn wereld dragen als met mijn wereld door die andere beweeg. Maar dan nog zal ik me niet met de wezens van buiten mijn raam verbinden. Want ik moet en wil terug naar mijn wereld van rode kunstleren banken, kleine hangende tafeltjes en grote ramen, en verder gaan.
    Ooit zal ik deze wereld moeten verlaten en deel uitmaken van die andere. Maar dan zal dat op een plaats van mijn keuze zijn. En mijn verblijf zal langer van duur zijn. Toch weet ik dat ik ook dan weer weg zal gaan, en plaats zal nemen op het rode kunstleer.
    Kortom ik zit in de trein naar Groningen. Op weg.

Jethro







Als je links geen HUNK inhoudsopgave ziet klik dan hier 

Terug naar dagboek index